Onafhankelijk behartiger van werknemersbelangen

Ondernemingsraad

Medezeggenschap: Ondernemingsraad 

Qlix profileert zich sterk in de medezeggenschap en begeleidt en ondersteunt kaderleden die actief zijn in de ondernemingsraad met cursussen of het organiseren van themadagen.

Invloed van werknemers
De ondernemingsraad (OR) behartigt de belangen van werknemers, controleert of de onderneming zich houdt aan wetgeving en cao’s en bestaat uit een groep mensen die samenwerken in loondienst, waarbij de groep naar buiten toe optreedt als zelfstandige eenheid.

De Wet op de ondernemingsraden (WOR) regelt de medezeggenschap van werknemers in ondernemingen in Nederland. Onder het begrip onderneming valt overigens ook een filiaal, een verkoopkantoor, een ziekenhuis of een orkest. De wet is in ieder geval van toepassing op bedrijven met 50 medewerkers of meer. Voor deze bedrijven is een OR verplicht. Kleinere bedrijven kunnen kiezen voor een personeelsvertegenwoordiging (PVT).

Bij grote bedrijven, waar de bedrijfsstructuur complexer is dan bij kleine bedrijven, is het voor werknemers vaak moeilijk om invloed uit te oefenen op het beleid van de onderneming en op te komen voor hun belangen. Ze komen moeilijk in contact met de directie. Met de WOR krijgt de OR daarom veel bevoegdheden. Zo heeft de OR het recht om te spreken tijdens aandeelhoudersvergaderingen. De OR kan zo de belangen van de werknemers vertegenwoordigen bij de aandeelhouders. Ook heeft de OR van bedrijven met meer dan 100 werknemers het recht op inzage in de beloningen en arbeidsvoorwaarden van het management.

Overkoepelende ondernemingsraad
Als er een samenwerkingsverband van ondernemingen bestaat (bijvoorbeeld een concern), kan de werkgever een overkoepelende OR instellen. Als deze overkoepelende OR voor alle ondernemingen wordt ingesteld, wordt dit een centrale ondernemingsraad (COR) genoemd. Als deze overkoepelende OR slechts voor een deel van de ondernemingen functioneert wordt dit een groepsondernemingsraad (GOR) genoemd. De COR en GOR mogen alleen meepraten over gemeenschappelijke aangelegenheden van de betrokken ondernemingen. Als een COR of GOR bevoegd is, sluit dit de bevoegdheid van andere ondernemingsraden uit.

Taken ondernemingsraad

  • Bevorderen dat werkgever afspraken nakomt
    De OR bevordert dat de werkgever wettelijke voorschriften nakomt, zoals het minimumloon en de arbeidstijden. Maar het gaat ook om de afspraken die zijn vastgelegd in de cao of binnen het bedrijf zelf. De OR heeft niet alleen een controlerende taak. Als het nodig is kan de OR zelf het initiatief nemen om bijvoorbeeld voorstellen te schrijven en onderzoek te doen naar de gevolgen van voorgestelde maatregelen.
     
  • Overlegvergadering met werkgever
    Minstens 2 keer per jaar bespreken de OR en de werkgever in de overlegvergadering de algemene gang van zaken van de onderneming. De werkgever deelt mee welke belangrijke besluiten worden voorbereid over financiën of de organisatie. Ook maken de werkgever en de OR afspraken over hoe de OR in de besluitvorming wordt betrokken.
     
  • Achterban raadplegen
    De OR kan bij belangrijke kwesties de achterban raadplegen. Als de werkgever bijvoorbeeld voorstelt om arbeidstijden aan te passen, kan de OR de werknemers raadplegen. De werkgever moet de OR in staat stellen om dit te doen. Werknemers moeten de gelegenheid krijgen om te reageren.
     
  • Deskundigen raadplegen
    De OR heeft het recht om deskundigen te raadplegen. Een deskundige kan iemand zijn die in de onderneming werkt, bijvoorbeeld het hoofd Personeelszaken, of iemand van buiten de onderneming, bijvoorbeeld een organisatiedeskundige. De werkgever moet de kosten van het raadplegen van de deskundige vergoeden als de OR dat vooraf heeft gemeld. Heeft de werkgever bezwaren, dan kan deze de bedrijfscommissie om bemiddeling vragen.
     
  • Commissies instellen
    De OR kan bepaalde onderdelen van het werk uitbesteden of overdragen aan commissies. De ondernemingsraad kan daarbij 3 soorten commissies instellen:
    • Vaste commissie
      De vaste commissie behandelt een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld veiligheid, gezondheid en welzijn of de verkiezingscommissie. De meerderheid van de leden van een vaste commissie moet OR-lid zijn.
       
    • Onderdeelcommissie
      De onderdeelcommissie behandelt de zaken van een zelfstandige afdeling van een onderneming. In zo’n commissie zitten werknemers van die afdeling en eventueel OR-leden.
       
    • Voorbereidingscommissie
      De voorbereidingscommissie bereidt een onderwerp voor dat de OR wil behandelen, bijvoorbeeld een advies over de benoeming van een bestuurder. Deze commissie wordt voor een bepaalde tijd ingesteld en er kunnen naast OR-leden ook andere werknemers in zitten.
       
  • Concept instellingsbesluit
    Om een commissie in te stellen maakt de OR eerst een concept instellingsbesluit. De OR legt dit concept voor aan de werkgever. Als de werkgever bezwaar maakt tegen de instelling van de commissie kan de OR de bedrijfscommissie om bemiddeling vragen. In het concept instellingsbesluit staat:
    • welke taken en bevoegdheden de commissie krijgt
    • hoe de commissie is samengesteld
    • wat de werkwijze van de commissie zal zijn

Welke rechten heeft een ondernemingsraad?

Om invloed uit te oefenen heeft de ondernemingsraad (OR) rechten, zoals het recht om advies te geven. Soms heeft een bedrijf toestemming nodig van de OR voor maatregelen op het gebied van arbeidsomstandigheden en beloning.

  • Adviesrecht ondernemingsraad
    Belangrijke besluiten van de directie kunnen direct en indirect invloed hebben op de belangen van werknemers. De werkgever is daarom in een aantal gevallen verplicht om de OR om advies te vragen over voorgenomen beleid en moet de adviesaanvraag schriftelijk aan de OR voorleggen. Dit moet tijdig gebeuren, zodat het advies echt van invloed kan zijn op het besluit. De werkgever moet de OR om advies vragen als hij:
    • een belangrijk besluit wil nemen, zoals bij financiële en organisatorische zaken. Dan gaat het bijvoorbeeld over een grote investering, een fusie met een andere onderneming of sluiting van (een deel van) de onderneming
    • een ingrijpende technologische voorziening wil invoeren of wijzigen
    • belangrijke milieumaatregelen wil treffen
    • een belangrijk krediet wil geven aan een andere onderneming of zich garant stelt voor een grote schuld van een andere onderneming
    • bestuurders wil benoemen of ontslaan

Afwijkend besluit ondernemingsraad
Als het advies van de OR afwijkt van het besluit van de directie, is deze laatste verplicht het definitieve besluit een maand uit te stellen. Dit is de zogenaamde opschortingsplicht.

In die tijd kan de OR een beroep tegen het besluit aantekenen bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam. Die beoordeelt of het besluit redelijk is. De Ondernemingskamer kan de werkgever verplichten het besluit in te trekken of de gevolgen ervan ongedaan te maken.

De OR kan afzien van de opschortingsplicht. Dit kan per advies, bijvoorbeeld als de OR tijdens een vergadering besluit geen bezwaar te maken. De opschortingsplicht en het beroepsrecht gelden niet bij benoeming of ontslag van bestuurders.

  • Instemmingsrecht ondernemingsraad
    De werkgever moet de OR om instemming vragen voor het vaststellen, wijzigen of intrekken van:
    • regelingen voor werktijden, vakantie, arbeidsomstandigheden, personeelsopleidingen, personeelsbeoordelingen
    • regels voor het aanstellen, bevorderen of ontslaan van medewerkers
    • een beloningssysteem of functiewaarderingssysteem
    • een personeelsvolgsysteem of registratiesysteem
    • de registratie van, omgang met en bescherming van persoonsgegevens
    • regelingen voor ziekteverzuim
       
  • Initiatiefrecht ondernemingsraad
    De OR mag op eigen initiatief de werkgever voorstellen doen over alle sociale, organisatorische, financiële en economische zaken van de onderneming. Voordat de werkgever over het voorstel beslist, moet hij minstens 1 keer met de OR overleggen. Na dit overleg moet hij zo snel mogelijk schriftelijk en gemotiveerd aan de OR meedelen of hij het voorstel overneemt.
     
  • Recht op informatie
    De werkgever heeft de plicht ongevraagd informatie te geven over:
    • de jaarrekening
    • het sociaal jaarverslag
    • beloningsstructuur
    • beleidsplannen

Daarnaast moet de werkgever alle informatie aan de OR geven die deze nodig heeft om haar taak uit te voeren.

  • Informatie over de arbeidsvoorwaarden
    Minstens 1 keer per jaar moet de werkgever aan de OR ongevraagd schriftelijke informatie geven over de arbeidsvoorwaarden binnen het bedrijf. Het gaat daarbij om:
    • de beloningsstructuur en de inhoud van de (primaire en secundaire) arbeidsvoorwaarden
    • afspraken per verschillende groepen werknemers in het bedrijf
    • In bedrijven met 100 werknemers of meer moet de werkgever informatie geven over het salaris en de aanvullende arbeidsvoorwaarden van directie, bestuurders en toezichthouders
       
  • Overige bevoegdheden ondernemingsraad
    Werkgevers en werknemers kunnen in overleg de OR aanvullende bevoegdheden geven. Deze bevoegdheden worden dan vastgelegd in:
    • een collectieve arbeidsovereenkomst (cao)
    • schriftelijke overeenkomst tussen de werkgever en de ondernemingsraad
       
  • Faciliteiten voor de ondernemingsraad
    OR-leden mogen tijdens werktijd vergaderen en gebruikmaken van vergaderruimten, telefoon, briefpapier en dergelijke van de onderneming.
     
  • Tijdsbesteding ondernemingsraadleden
    De OR-leden bepalen in overleg met de werkgever hoeveel tijd zij zullen besteden aan OR-werkzaamheden. Daar is geen wettelijk maximum aan gesteld. De wet bepaalt slechts dat hieraan minimaal 60 uur per jaar besteed moet kunnen worden. Dit is exclusief de eigen vergaderingen en overlegvergaderingen, die zoveel mogelijk in werktijd gehouden worden.
     
  • Scholingsverlof ondernemingsraadleden
    Leden van de OR of een ondernemingsraadcommissie hebben recht op scholingsverlof. Het minimum aantal dagen is vastgelegd in de wet:
    • OR-leden hebben recht op minimaal 5 dagen scholingsverlof per jaar
    • leden van ondernemingsraadcommissies hebben recht op minimaal 3 dagen per jaar
    • leden die zowel lid zijn van de OR als van een ondernemingsraadcommissie hebben recht op minimaal 8 dagen per jaar

Conflicten en ontslagbescherming

Leden van de ondernemingsraad (OR) en personeelsvertegenwoordiging (PVT) mogen niet ontslagen worden. De wet regelt ook wat er moet gebeuren als er conflicten zijn tussen de werknemer en de vertegenwoordigers van de werknemers.

Ontslag van leden van de OR of PVT
Een OR-lid of een lid van een vaste of onderdeelcommissie kan niet ontslagen worden, tenzij:

  • dit in de proeftijd van de betreffende werknemer gebeurt
  • dit met wederzijds goedvinden gebeurt (schriftelijk)
  • sluiting van (een deel van) de onderneming plaatsvindt
  • sprake is van ontslag op staande voet
  • sprake is van gewichtige redenen en dan alleen met toestemming van de kantonrechter.

Ook andere werknemers die bij het ondernemingsraadwerk betrokken zijn hebben ontslagbescherming:

  • werknemers die zich inspannen om een OR in te stellen
  • kandidaat-ondernemingsraadleden (tot na de verkiezingen)
  • ex-leden van de OR of een vaste of onderdeelcommissie (gedurende 2 jaar)
  • leden van een voorbereidingscommissie

Zij kunnen alleen ontslagen worden na toestemming van de kantonrechter.

Conflicten tussen werkgever en de OR of PVT
Als er een conflict ontstaat tussen de werkgever en de vertegenwoordigers van de werknemer kan deze worden voorgelegd aan een bedrijfscommissie. Er zijn 3 bedrijfscommissies:

  • Bedrijfscommissie Markt I (voor commerciële ondernemingen)
  • Bedrijfscommissie Markt II (voor zorg, welzijn en sociaal-culturele instellingen)
  • Bedrijfscommissie voor de Overheid.

Bedrijfscommissies Markt I & II zijn ingesteld door de Sociaal-Economische Raad (SER). De Bedrijfscommissie voor de Overheid is ingesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een bedrijfscommissie bestaat uit werkgevers- en werknemersleden uit de betreffende sectoren en is ingesteld op grond van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Naast bemiddelen bij conflicten en adviseren hierover, bevordert de bedrijfscommissie de medezeggenschap binnen de sector. Ook fungeert de commissie als algemene vraagbaak over deze onderwerpen.

Beslissing over geschil door kantonrechter
Als de bemiddeling en het advies van de bedrijfscommissie niet tot een oplossing leidt, beslist de kantonrechter. Bemiddeling via de bedrijfscommissie is verplicht, voordat de werkgever, ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging een geschil aan de kantonrechter mogen voorleggen. 
Alleen wanneer onenigheid ontstaat na een adviesplichtig besluit kan de ondernemingsraad direct beroep instellen bij de ondernemingskamer. De ondernemingsraad hoeft het geschil dan niet eerst voor te leggen aan een bedrijfscommissie.
Ook als de werkgever weigert een ondernemingsraad in te stellen moet eerst de bedrijfscommissie worden ingeschakeld. Iedere werknemer of een vakbond met leden in de onderneming kan de bedrijfscommissie om bemiddeling vragen.

Instellen van een ondernemingsraad

Er zijn wettelijke richtlijnen voor het aantal leden, het stemrecht en de zittingsperiode van de ondernemingsraad (OR). Als de OR eenmaal is ingesteld kan deze met de werkgever andere afspraken maken over deze rechten en plichten.

Opzetten van een ondernemingsraad
Het opzetten van een OR gaat als volgt:

  1. Voorlopig reglement opstellen

    De werkgever stelt een voorlopig reglement op. Hierin staan de werkwijze en de verkiezingsprocedure van de OR. De werkgever kan de uitvoering delegeren aan een zogenaamde voorbereidingscommissie. Die commissie kan bestaan uit mensen die hebben aangegeven een OR belangrijk te vinden.
     
  2. Reglement ter beoordeling aan vakbonden
    De werkgever legt het reglement ter beoordeling voor aan de vakbonden die leden in de onderneming hebben. De  bedrijfscommissie krijgt een exemplaar ter kennisneming. De Sociaal-Economische Raad stelt deze bedrijfscommissie in voor iedere groep ondernemingen.
     
  3. Ondernemingsraad kiezen
    De werknemers kiezen uit hun midden een OR. Na de verkiezing vervangen zij het voorlopig reglement door een definitief reglement. De werkgever krijgt de gelegenheid zijn mening over het definitieve reglement te geven.

Verkiezing van de ondernemingsraad
In het (voorlopig) reglement wordt de verkiezingsprocedure geregeld. Voor de verkiezing kunnen kandidatenlijsten worden ingediend door:

  • vakbonden die leden hebben in de onderneming
  • werknemers die ongeorganiseerd zijn of lid zijn van een vakbond die geen kandidaten heeft gesteld. In dat geval moet een derde van deze werknemers de kandidatenlijst ondertekenen. Hierbij geldt dat 30 handtekeningen voldoende zijn.

Een werknemer mag zich kandidaat stellen voor de OR als deze langer dan 1 jaar bij de onderneming in dienst is. De OR kan hier in het reglement van afwijken.

Leden van de ondernemingsraad
Hoeveel leden de OR krijgt, is afhankelijk van de grootte van het bedrijf. Volgens de externe link: Wet op de ondernemingsraden (WOR) is er een vaste verhouding tussen het aantal werknemers en de omvang van de OR:

Verhouding tussen aantal werknemers en omvang OR
50- 100 werknemers 5 leden
100 - 200 werknemers 7 leden
200 - 400 werknemers 9 leden
400 - 600 werknemers 11 leden
600 - 1.000 werknemers 13 leden
1.000 - 2.000 werknemers 15 leden
Voor iedere 1000 werknemers meer komen er 2 leden bij (tot maximaal 25 leden)

 De OR kan van deze aantallen afwijken. Dit moet wel vastgelegd zijn in de OR-regeling.

Zittingsperiode ondernemingsraad

De zittingsperiode van de OR is 2, 3 of 4 jaar. Dit moet vastgelegd worden in het reglement. Daarna moeten er nieuwe verkiezingen gehouden worden.

Stemrecht werknemers

De werknemers kiezen de OR. Een werknemer mag een stem uitbrengen als deze minstens een half jaar in dienst is. Dit geldt ook voor uitzendkrachten en werknemers met een tijdelijk contract.

Cancel