Letter grote

Paneel
U bevindt zich hier: Home \ Nieuws per sector \ Transitievergoeding op de helling?

Transitievergoeding op de helling?

hamerUit de juridische praktijk van Qlix

Een werknemer die sinds september 2012 arbeidsongeschikt was werd in december 2013 door de bedrijfsarts “volledig en duurzaam arbeidsongeschikt” verklaard. Door een adviesbureau werd vastgesteld dat het niet verantwoord was om de werknemer een re-integratietraject tweede spoor te laten starten. Medio 2014 heeft de arbeidsdeskundige een loonsanctie van 52 weken opgelegd. Ook daarna is de werkgever afgeraden een tweede spoor te starten. De werknemer heeft uiteindelijk ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht vanwege een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Hierbij is toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding verzocht.

De werkgever heeft aangegeven niet verplicht te zijn de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Hij is eigenrisicodrager en door de werknemer in dienst te houden zijn de lijnen korter bij re-integratie door de werknemer.

Door de kantonrechter is het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst toegewezen. Volgens de rechter bestaat er een grondrecht van arbeidskeuze, waardoor het verzoek van de werknemer in beginsel gehonoreerd dient te worden. Vervolgens dient te worden vastgesteld of aanleiding is voor toekenning van de transitievergoeding en de billijke vergoeding. Wil zo’n vergoeding worden toegekend, dan dient sprake te zijn van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

Een aantal zaken komt aan de orde: door het plotseling overlijden van een collega, moesten de overige collega’s meer werk verrichten. Dit leidt niet per se tot ernstig verwijtbaar handelen. Aan informatie van de huisarts, die een relatie legde tussen arbeidsongeschiktheid en werk, kan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend, nu deze informatie uitsluitend is gebaseerd op de door de werknemer verstrekte informatie. De aan de werkgever opgelegde loonsanctie maakt dit niet anders.

Op de werkgever rust geen plicht om na twee (of drie) jaar ziekte de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Bij het in standhouden van de arbeidsovereenkomst is de werkgever geen transitievergoeding verschuldigd. Minister Asscher noemde dit indertijd onfatsoenlijk.  Dat maakt het, volgens de rechter, niet dat het in standhouden van de arbeidsrelatie als ernstig verwijtbaar moet worden gekwalificeerd. Het verzoek om naast ontbinding van de arbeidsovereenkomst ook een transitievergoeding en billijke vergoeding toe te kennen, zijn dan ook afgewezen.

Minister Asscher is bereid de transitievergoeding voor werknemers na twee jaar ziekte te schrappen als de werkgever zich aantoonbaar goed heeft ingespannen voor re-integratie.

Op 9 maart 2016 maakte minister Asscher in een interview met NU.nl bekend dat hij bereid zou zijn de transitievergoeding voor werknemers na twee jaar ziekte te schrappen als de werkgever zich aantoonbaar goed heeft ingespannen voor re-integratie.

Door: Victor Schöyer, jurist QlixVictor Schoyer