Letter grote

Paneel
U bevindt zich hier: Home \ Hulp nodig \ FAQ - Werk en inkomen

CAO

De afkorting cao staat voor Collectieve ArbeidsOvereenkomst.

Het is een overeenkomst tussen werknemers, meestal vertegenwoordigd door de vakbond(en), en een werkgever of de werkgeversorgansiatie(s) in een bedrijfstak, waarin de minimumvoorwaarden zijn vastgelegd die gelden voor iedere werknemer in dat bedrijf of die bedrijfstak.  In de Wet op de cao is vastgelegd dat een cao, als hij eenmaal is afgesloten, geldt voor iedereen die er onder valt.  Iedere cao begint dan ook met een nauwkeurige opsomming van personen en bedrijven die allemaal  onder die cao vallen. Dat noemen we de werkingssfeer.

Een cao kan gelden voor een bepaald bedrijf of voor een hele bedrijfstak. Grote ondernemingen hebben meestal een eigen cao, kleinere ondernemingen vallen meestal onder een cao die geldt voor alle ondernemingen in een bedrijfstak. De cao KPN is een voorbeeld van een bedrijfs-cao die alleen geldt voor KPN, de WFC-cao geldt voor alle ondernemingen die in de facilitaire contactcenterbranche werkzaam zijn.

Een cao kan alleen afgesloten worden door een ondernemer of een vereniging van ondernemers enerzijds en een vereniging(en) van werknemers anderzijds. Deze verenigingen (vakbonden) moeten in hun statuten hebben staan dat ze bevoegd zijn cao’s af te sluiten. Alleen als aan al deze voorwaarden is voldaan is er sprake van een cao in de zin van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst.
In de wet staat dat het om verenigingen van werknemers en ondernemers moet gaan. Voor een verenigiging is in de wet vastgelegd dat de leden(vergadering) de uiteindelijke zeggenschap heeft.  De leden besluiten bij meerderheid van stemmen en alle leden zijn gebonden aan die beslissing.
Daarom kan een Ondernemingsraad nooit een cao afsluiten. Een OR is geen vereniging. Wel kan sprake er zijn van een reglement van arbeidsvoorwaarden dat is afgesproken met de OR maar dat is niet hetzelfde als een cao.
Een werkgever wiens bedrijf onder een cao valt, moet die cao toepassen op alle werknemers, ook als ze geen lid zijn van een vakbond.

Als een cao afloopt zonder dat er al een nieuwe afgesloten is zijn er twee mogelijkheden:

    De cao is niet door een der partijen opgezegd.
    In dat geval is de cao automatisch verlengd voor de periode van 1 jaar.

    De cao is wel opgezegd.
    Dan blijven de bepalingen van die cao gelden voor de mensen die in dienst waren op het moment dat de oude cao nog gold. Maar voor nieuwe werknemers kunnen andere afspraken worden gemaakt. Die nieuwe werknemers vallen pas weer onder de bepalingen van de cao als er weer een nieuwe cao wordt afgesloten.

In dit laatste geval kunnen er dus afspraken gemaakt worden met medewerkers die afwijken van de cao.

Als een cao wordt afgesloten voor een bedrijfstak, dan kan door de werkgevers- en werknemersorganisaties bij het ministerie van Sociale Zaken een algemeen bindendverklaring (AVV) worden aangevraagd. Als de AVV word toegekend wordt de cao van toepassing op alle werknemers en bedrijven die binnen de bedrijfstak actief zijn.
De AVV-periode geldt alleen voor de looptijd van de cao. Als die looptijd is afgelopen moet er een nieuwe AVV aangevraagd worden. Er is na het verlopen van de cao ook geen sprake van doorwerking  bij werkgevers die geen lid zijn van een werkgeversvereniging die de cao heeft afgesloten. Aan het toekennen van een AVV stelt het ministerie van Sociale Zaken voorwaarden.

Een werkgever kan alleen in jouw voordeel van afwijken van de cao, tenzij er in jouw cao staat dat dit niet is toegestaan. Dat komt tegenwoordig haast in geen een cao meer voor.
Zelfs als een afwijking ten nadele wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen jou en je werkgever is zo’n bepaling nietig. Als je je achteraf op die nietigheid beroept moet de werkgever alsnog de cao toepassen, ook als je zelf heeft getekend voor die afwijking. Zo voorkomt de wetgever dat een werknemer onder druk akkoord gaat met voorwaarden die negatief voor hem uitpakken. Je kunt altijd achteraf de nietigheid inroepen.